Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 juni 2013 beroep in cassatie ingesteld betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2007, alsmede een boete.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 14 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, en raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.