Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 4 oktober 2013, nr. 13/00154, ECLI:NL:HR:2013:863.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft een verzoek tot herziening ingediend van een arrest van 4 oktober 2013. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
Belanghebbende heeft verzocht om uitstel van betaling, maar dit verzoek is afgewezen. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De griffier heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen, maar de aangevoerde gronden werden niet als voldoende erkend.
Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.