Uitspraak
zetelende te Amstelveen,
gevestigd te Schiedam,
gevestigd te Voorburg,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
.Naderhand is weliswaar bij wet van 29 mei 2008 (Stb. 2008, 197) aan art. 13 Invoeringswet Pro Wkpb een tweede lid toegevoegd dat inhoudt dat art. 100e (oud) Woningwet van kracht blijft ten aanzien van besluiten die op basis van dat artikel zijn aangeboden voor inschrijving in de openbare registers, maar die bepaling heeft geen terugwerkende kracht en werkt dus niet jegens hen die bij inwerkingtreding van dat artikellid al rechtsopvolger waren, zoals J&B en DNC.
Het oordeel van het hof dat in verband hiermee geen verhaal van de dwangsommen mogelijk is op J&B en DNC, is juist. Op een en ander stuiten de klachten van het onderdeel onder a-d af. Voor zover het onderdeel onder b klaagt dat de stelplicht en bewijslast in dit verband op J&B en DNC rusten, faalt het omdat het hof dit niet heeft miskend. Het heeft zijn oordeel immers gegrond op door J&B en DNC aangevoerde omstandigheden die, naar zijn oordeel, in dit geding zijn komen vast te staan.
4.Beslissing
14 maart 2014.