AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch inzake een aanslag inkomstenbelasting, boetebeschikking en heffingsrente voor het jaar 2008.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroepschrift werd op 14 november 2013 ontvangen, terwijl de termijn volgens artikel 6:7 AwbPro zes weken bedroeg en eindigde op 21 oktober 2013. Belanghebbende kreeg de gelegenheid om aan te tonen dat het beroepschrift tijdig was verzonden of een reden te geven voor de overschrijding, maar de aangevoerde gronden waren onvoldoende.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 14 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Uitspraak
14 maart 2014
nr. 13/05581
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z], Frankrijk (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 5 september 2013, nr. 12/00619, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Blijkens een door de griffier van het Hof op de mondelinge uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 9 september 2013.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 14 november 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 AwbPro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 21 oktober 2013.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 19 november 2013 in de gelegenheid gesteld aan te tonen dat het beroepschrift voor het einde van de beroepstermijn ter post is bezorgd, dan wel mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 18 december 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014.