Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
NJ 2002/317).
3.Slotsom
4.Beslissing
18 maart 2014.
Hoge Raad
De verdachte stond terecht in hoger beroep, maar had ten tijde van de dagvaarding geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, wel een bekend buitenlands adres. De dagvaarding in hoger beroep was niet verzonden naar dat buitenlandse adres, noch via bevoegde buitenlandse instanties, zoals voorgeschreven in art. 588, tweede lid, Sv.
Het hof had de dagvaarding in hoger beroep als geldig beschouwd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard bij verstek. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is omdat de betekening niet volgens de wettelijke voorschriften heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest benadrukt het belang van correcte betekening van dagvaardingen aan buitenlandse adressen om de rechtsgeldigheid van het proces te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening.