Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00527, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende een bedrag aan overdrachtsbelasting dat op aangifte was voldaan. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen, maar belanghebbende heeft niet gereageerd. Hierdoor kon het verzuim niet worden hersteld.
Op grond van artikel 6:6 Awb Pro verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 28 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen van dit verzuim.