Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 21 september 2012, nr. 12/00254.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een arrest van 21 september 2012. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is niet voldaan.
Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om de reden van de termijnoverschrijding toe te lichten. De door belanghebbende aangevoerde redenen zijn niet voldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van de artikelen 8:41 lid 2 tweede volzin en 8:88 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor het opleggen van proceskosten aan belanghebbende. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld op 28 maart 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en geen gegronde reden voor termijnoverschrijding.