Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
1 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2013. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de raadsheren J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink en uitgesproken in openbare terechtzitting op 1 april 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.