Schoensporen:
Op het erf, tussen de linkerachterzijde van de garage/werkplaats en de vervallen stal, zag ik schoenindrukken in het zand (gaande en komende) in de richting van de vervallen schuur rechts achter op het perceel.
- Schoenindruk AABU9807NL stond op een afstand van ongeveer 1 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de [a-straat 1], (naar woning toe).
- Schoenindruk AABU9808NL stond op een afstand van ongeveer 1,5 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de vervallen stal, (van woning af).
- Schoenindruk AABU9809NL stond op een afstand van ongeveer 4 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de [a-straat 1], (naar woning toe).
- Schoenindruk AABU98I0NL stond op een afstand van ongeveer 5 meter achter de achterzijde van de garage/werkplaats. De voorzijde van de schoen stond in de richting van de [a-straat 1], (naar woning toe).
lk zag dat de bovengenoemde 4 schoenindrukken allen eenzelfde soortgelijk profiel hadden.
Ik zag dat er meer soortgelijke schoenafdrukken op het erf aanwezig waren. De bovengenoemde 4 schoensporen waren van goede kwaliteit, de overige waren beduidend minder. De schoensporen vormden een loopspoor tussen de achterdeur van de boerderij en het weiland achter het perceel. Soortgelijke schoenafdrukken trof ik ook aan in de vervallen schuur. Deze schuur was vrij toegankelijk vanuit het weiland en vanaf het erf. Er bevonden zich geen deugdelijke deuren meer in deze schuur. Later werd door een speurhondgeleider een loopspoor aangetroffen door de weilanden heen tot aan een parkeerplaats op de Venstraat waar een gestolen Volkswagen Vento was aangetroffen.
Ik zag dat de door hem aangetroffen schoensporen (in het loopspoor door de weilanden) een soortgelijk profiel hadden als de schoenafdrukken waarvan ik op het erf gipsafvormingen had gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat er waarschijnlijk slechts één persoon verantwoordelijk was voor het loopspoor door de weilanden naar het erf van de boerderij en/of retour.
Ik kwam op 29 maart 2010 omstreeks 13.15 uur ter plaatse.
In overleg met collega [verbalisant 1] begaf ik mij naar de Venstraat te Velp.
De Venstraat te Velp (een onverharde weg) was gelegen tegenover pand Heistraat 7 te Velp.
Aldaar aangekomen deelde collega [verbalisant 3] mij het volgende mede. Naar aanleiding van een melding over het aantreffen van een vermoedelijk ontvreemd voertuig was zij met haar collega naar de Venstraat te Velp gereden. Aldaar aangekomen troffen zij geen voertuig op de Venstraat aan. Vervolgens had zij met de melder gesproken en deze had haar de plaats aangewezen alwaar het voertuig had gestaan. Deze melder/getuige had gezien dat het voertuig, een blauwe Volkswagen, voor de komst van de politie via de Heistraat was weggereden. Nabij (ongeveer 25 meter) de plaats waar het voertuig had gestaan, was een perceel grasland gelegen. Toen de collega's ter plaatse kwamen, zagen zij een (vermoedelijk) loopspoor vanaf de Venstraat in de richting van de boerderij aan de [a-straat 1].
Op aanwijzing van collega [verbalisant 3] voornoemd zag ik op het grasland een vaag loopspoor wat dwars over het grasland in de richting van de Tweehuizerweg liep. Bij nader onderzoek zag ik nagenoeg evenwijdig aan dit loopspoor nog een vaag loopspoor in de richting van de Tweehuizerweg. Dit was gezien vanuit de Venstraat in de richting van de boerderij aan de [a-straat 1].
Doordat de vermoedelijke loopsporen nog vaag zichtbaar waren en mede door de aanwijzingen van collega [verbalisant 3] heb ik deze sporen op het zicht gevolgd over het grasland in de richting van de Tweehuizerweg. Het was voor mij niet vast te stellen in welke richting de persoon, die de sporen had gemaakt, had gelopen. De sporen waren niet door een voertuig veroorzaakt.
De sporen liepen diagonaal over het grasland in de richting van de verharde weg de Tweehuizerweg. De Tweehuizerweg vormt een verbinding tussen de [a-straat 1] en de Heistraat te Velp.
De afstand, over het grasland, tussen de Tweehuizerweg en de plaats waar het ontvreemde voertuig had gestaan bedroeg ongeveer 375 meter.
Op de plaats waar het loopspoor het grasland verliet en op de verharde weg de Tweehuizerweg uitkwam, was aan de andere zijde een akker gelegen.
Links van de akker, gezien vanaf de Tweehuizerweg, tussen de Tweehuizerweg en de boerderij [a-straat 1] was een paardenwei gelegen. Deze paardenwei en deze akker grensden aan de achterzijde van de boerderij aan de [a-straat 1].
Tussen de paardenwei en de akker was een afrastering welke bestond uit gaas met daarboven een prikkeldraad (schrikdraad).
Op deze akker was een vers loopspoor (schoenindrukken in het zand) zichtbaar.
De looprichting van de persoon die deze indrukken had achtergelaten was vanuit de boerderij in de richting van het grasland waar ik zojuist vandaan kwam.
Nadat ik enkele schoenindrukken had gemarkeerd, heb ik de speurhond Beau op dit loopspoor een geurspoor op laten pikken. Ik zag dat Beau kennelijk menselijke geur waarnam en dit loopspoor ging volgen in de richting van de achterzijde van de boerderij.
Het spoor liep evenwijdig aan de afrastering tussen de akker en de paardenwei.
Ter hoogte van de eerste opstal achter de boerderij speurde Beau linksaf naar de afrastering (tussen de akker en de opstallen achter de boerderij) toe. Ik zag dat hier een houten afrasteringpaal in de afrastering scheef stond. Bij nader onderzoek zag ik dat de paal los stond. Doordat deze paal scheef stond was er een ruimte ontstaan tussen het afrasteringgaas en de prikkeldraad. De prikkeldraad was hier niet aan de paal bevestigd.
Nadat Beau door deze opening was gekropen, zag ik dat zij verder speurde in de richting van een deuropening van een vervallen stal.
De afstand tussen de Tweehuizerweg en deze stal bedroeg ongeveer 170 meter.
Deze stal (ongeveer 10 meter x 5 meter) was kennelijk niet meer in gebruik. Het dak was gedeeltelijk ingezakt. In deze stal waren op de bodem in het losse zand diverse verse schoenindrukken zichtbaar.
Ik zag dat aan de andere zijde van deze stal een deuropening was die uitkwam op het erf van de boerderij.
Ik zag dat een wand van deze stal (aan de zijde van het erf) bestond uit planken en glas.
Ik zag dat een aantal van deze planken vers afgebroken waren en in de stal op de grond lagen. Via de ontstane opening kwam men ook uit op het erf van de boerderij.
Gezien vanuit deze stal kon men over het erf tussen andere stallen door het woongedeelte van de boerderij bereiken.
Op het erf trof ik nog een aantal verse schoenindrukken aan waarvan het profiel overeenkwam met het profiel van de schoenindrukken op de akker.
Op het erf tegenover de achterdeur van de boerderij trof ik in het zand een stukje grijze plakband (duck-tape) en twee zwarte tie-ribs aan.
Ik zag dat deze tie-ribs met de uiteinden aan elkaar waren bevestigd zodat er een lus was ontstaan.”