Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 11 juni 2013, nr. 12/00540, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een toegelaten AWBZ-thuiszorginstelling, voerde haar activiteiten uit via onafhankelijke steunpunten en zelfstandige zorgverleners zonder personeel. De zorgvragers richtten zich rechtstreeks tot deze steunpunten, die zorgcoördinatoren inzetten om zorgverleners te koppelen. Belanghebbende ontving vergoeding uit het AWBZ-fonds, maar verrichtte zelf geen directe zorgverlening.
De Rechtbank en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelden dat belanghebbende niet voldeed aan de winstbestemmingseis en dat de vrijstelling van vennootschapsbelasting niet van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat voor de vrijstelling vereist is dat de zorginstelling zich rechtstreeks tegenover de zorgvragers verplicht de zorg te verlenen, hetgeen hier niet het geval was.
De Hoge Raad benadrukte dat werkzaamheden van administratieve en organisatorische aard niet onder de vrijstelling vallen als de zorg niet door de belastingplichtige zelf wordt verricht. De middelen van belanghebbende faalden, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; belanghebbende heeft geen recht op vrijstelling vennootschapsbelasting.