Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:802

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2014
Publicatiedatum
3 april 2014
Zaaknummer
13/05322
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag

Belanghebbende, de erfgenaam van een overledene, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Een later ingediend stuk door belanghebbende werd niet in behandeling genomen. De klachten van belanghebbende konden niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de raadsheren P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

4 april 2014
Nr. 13/05322
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de erfgenaam van [X], gewoond hebbende te
[Z], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 oktober 2013, nr. BK-12/00514, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. AWB 10/2071) betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Op dit stuk slaat de Hoge Raad geen acht.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.