ECLI:NL:HR:2014:810

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2014
Publicatiedatum
3 april 2014
Zaaknummer
13/01828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 februari 2013, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd behandeld. De zaak betrof een geschil over een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie bood geen aanleiding tot nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 4 april 2014 door raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

4 april 2014
Nr. 13/01828
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 21 februari 2013, nr. 12/00288, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 11/5068) betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.