Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 13 augustus 2013, nr. BK-12/00663, betreffende na te melden ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of belanghebbende, een erfgenaam met een overbedelingsvordering op de langstlevende ouder, recht had op een beschikking op grond van de Wet WOZ waarin de waarde van een woning werd vastgesteld.
De moeder van belanghebbende was overleden en de nalatenschap was volgens de wettelijke verdeling toegevallen aan de vader, waarbij belanghebbende een vordering op de vader had ter grootte van zijn erfdeel. De waarde van deze vordering werd mede bepaald door de WOZ-waarde van de woning die tot de nalatenschap behoorde.
De heffingsambtenaar weigerde een WOZ-beschikking op naam van belanghebbende af te geven, omdat belanghebbende geen eigenaar of mede-eigenaar was van de woning. Zowel de Rechtbank als het Hof bevestigden deze weigering.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof en oordeelde dat belanghebbende wel degelijk een fiscaal belang heeft bij de WOZ-waarde van de woning voor de erfbelasting en daarom recht heeft op een beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ. De zaak werd zelf afgedaan en de heffingsambtenaar werd opgedragen een beschikking te nemen. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat belanghebbende recht heeft op een WOZ-beschikking voor de woningwaarde en vernietigt de eerdere uitspraken.