Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het samen met anderen wederrechtelijk toe-eigenen van een navigatiesysteem uit een auto te Soest in maart 2010. Het hof had het verzoek van de verdediging om twee medeverdachten als getuigen te horen, afgewezen op grond van het noodzaakcriterium. De verdediging had het oorspronkelijke verzoek bij appelschriftuur ingetrokken en een voorwaardelijk nieuw verzoek ingediend tijdens het pleidooi.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast bij de beoordeling van het nieuwe verzoek, namelijk het noodzaakcriterium zoals voorgeschreven in artikel 315 Sv Pro. Het hof achtte het horen van de getuigen niet noodzakelijk, mede gezien de summiere verklaring van de verdachte en het feit dat de betrokkenen gezamenlijk in de auto waren aangehouden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De zaak wordt niet vernietigd en het beroep wordt afgewezen. Hiermee blijft de bewezenverklaring en de afwijzing van het getuigenverzoek in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen.