Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk toebrengen van meerdere klappen aan het hoofd van een persoon, waarbij letsel werd veroorzaakt. Het Hof Den Haag verwierp het beroep op noodweer omdat niet aannemelijk was dat de verdachte zich niet kon verwijderen uit de positie waarin hij bovenop het slachtoffer hing.
De verdediging stelde dat de verdachte zich in een noodweersituatie bevond, waarbij hij proportioneel handelde door twee vuistslagen toe te dienen nadat de aangever hem herhaaldelijk had vastgepakt en geslagen. Het Hof oordeelde echter dat er geen sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding, omdat de verdachte zich had kunnen verwijderen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet had beantwoord of van de verdachte mocht worden gevergd zich uit die positie te verwijderen, waardoor het oordeel onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende motivering verwerping noodweer, zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.