ECLI:NL:HR:2014:912

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
15 april 2014
Zaaknummer
12/04868
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in witwaszaak personenauto Porsche Cayenne

De verdachte werd door het hof veroordeeld voor witwassen omdat hij een personenauto, een Porsche Cayenne, had verworven en voorhanden had terwijl hij wist dat deze auto afkomstig was uit een misdrijf. Het cassatieberoep richtte zich op de motivering van het bewezenverklaarde omtrent de verwerving van de auto.

De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de auto ten tijde van de verwerving onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf. Dit deel van het middel is terecht voorgesteld. Echter, omdat de bewezenverklaring ook inhoudt dat verdachte de auto voorhanden heeft gehad en het hof geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan de verwerving, leidt dit niet tot cassatie.

De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 15 april 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor witwassen blijft in stand.

Uitspraak

15 april 2014
Strafkamer
nr. 12/04868
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 28 september 2012, nummer 21/004797-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring wat betreft de verwerving van de personenauto ontoereikend is gemotiveerd.
2.2.1.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 11 mei 2010 tot en met 5 november 2010, te Haarlem en Uden, een voorwerp, te weten een personenauto (merk Porsche type Cayenne met kenteken [AA-00-BB]), heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf."
2.2.2.
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.2.3.
Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "witwassen".
2.3.
Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat ten tijde van de verwerving de personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf. In zoverre is het middel terecht voorgesteld. In aanmerking genomen evenwel dat de bewezenverklaring ook inhoudt dat de verdachte de auto "voorhanden heeft gehad", alsmede dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "verwerven" van de auto, behoeft de gegrondheid van het middel niet tot cassatie te leiden.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2014.