Uitspraak
gemeente Hardinxveld-Giessendam(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 16 maart 2012, nrs. BK-11/00079 en BK-11/00080, betreffende naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een gemeente, financierde en liet een nieuw schoolgebouw bouwen dat zij vervolgens aan een vereniging voor bijzonder onderwijs overdroeg. De gemeente bracht de betaalde omzetbelasting in aftrek, maar de Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij meende dat er geen recht op aftrek bestond.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de overdracht geen economische activiteit was, omdat de gemeente slechts een toezichthoudende en regelgevende taak vervulde en geen duurzame opbrengst nastreefde. Het hof vond dat de overdracht noodzakelijk was voor het primair bijzonder onderwijs, maar geen economische activiteit vormde.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde. De zorg voor huisvesting is een wettelijke taak van de gemeente, maar het toezicht op het onderwijs berust bij de landelijke overheid. De overdracht van het gebouw is geen noodzakelijke voorwaarde voor het onderwijs en kan als een economische activiteit worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug omdat de overdracht van het schoolgebouw door de gemeente een economische activiteit vormt.