ECLI:NL:HR:2015:1043

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
14/04087
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonbelasting

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 juli 2014, waarin het hoger beroep tegen naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 en 2010 was behandeld.

De Hoge Raad beoordeelde het ingebrachte cassatiemiddel en oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding was tot veroordeling in de proceskosten.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak dit arrest uit in het openbaar op 17 april 2015, gewezen door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

17 april 2015
Nr. 14/04087
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 11 juli 2014, nrs. BK-13/00707 en 13/00708, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 12/11540 en 12/11542) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Breda.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2015.