Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Oost-Brabantvan 24 november 2014, nr. SHE 14/1652 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van Stichting X tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 24 november 2014, waarbij het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak werd behandeld.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat de partij die het cassatieberoep had ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep dan wel omdat de klachten niet konden leiden tot cassatie.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na het horen van de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 17 april 2015 door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.