Belanghebbende, een vereniging die een onderneming drijft bestaande uit een bioscoop, café, zalenverhuur en evenementen, verrichtte werkzaamheden uitsluitend via haar leden zonder loonheffing in te houden. Na een boekenonderzoek besloot de vereniging loonheffing aan te geven over januari 2009.
De kern van het geschil was of tussen de vereniging en haar leden een dienstbetrekking bestond, in het bijzonder of er sprake was van een gezagsverhouding. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de leden twee rollen vervullen: als beleidsbepalers en als uitvoerders van werkzaamheden binnen het organisatorisch kader van de vereniging. Het hof stelde dat ondanks de beleidsrol, de leden instructies van de vereniging moeten opvolgen, wat wijst op een gezagsverhouding.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat deze gezagsverhouding zou ontbreken. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en kan in cassatie niet worden getoetst op feitelijke juistheid. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel dat er sprake is van een dienstbetrekking tussen de vereniging en haar leden, met de daaruit voortvloeiende verplichtingen voor loonheffing.