ECLI:NL:HR:2015:1189

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
30 april 2015
Zaaknummer
14/01161
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 23 CMRArt. 29 CMR
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheidsbeperking vervoerder bij diefstal lading internationaal transport

In deze zaak stond de aansprakelijkheid centraal van een vervoerder bij diefstal van lading tijdens een internationaal transport. JCL Logistics, eiseres in cassatie, stelde dat de vervoerder aansprakelijk was zonder beperking vanwege vermeende opzet of grove schuld. De zaak werd behandeld door rechtbank Breda en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarvan het arrest aan het Hoge Raad-arrest was gehecht.

JCL Logistics stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld over de toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsbeperking op grond van artikel 23 CMR Pro en de uitzondering bij opzet of met opzet gelijk te stellen grove schuld volgens artikel 29 CMR Pro. De Hoge Raad overwoog dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het hof terecht had geoordeeld dat de aansprakelijkheidsbeperking van toepassing was.

De Hoge Raad benadrukte dat de vervoerder slechts aansprakelijk is zonder beperking indien sprake is van opzet of grove schuld die met opzet gelijk is te stellen. Daarnaast wees de Hoge Raad op de stelplicht van partijen en het belang van het bewijsaanbod. Het cassatieberoep werd verworpen en JCL Logistics werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van JCL Logistics wordt verworpen en de aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder wordt bevestigd.

Uitspraak

1 mei 2015
Eerste Kamer
14/01161
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht JCL LOGISTICS SWITSERLAND AG,
als rechtsopvolgster van Delacher & Co Transport,
gevestigd te Thayngen, Zwitserland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey,
t e g e n
de vennootschap naar buitenlands recht LOGISTICS INTERNATIONAL AG,
als rechtsopvolgster van Geris Logistics AG,
gevestigd te Pratteln, Zwitserland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als JCL Logistics en Logistics International.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 154517/HA ZA 05-2053 van de rechtbank Breda van 24 november 2010 en 9 februari 2011;
b. het arrest in de zaak HD 200.083.489/02 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 november 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft JCL Logistics beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Logistics International heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt JCL Logistics in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Logistics International begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
1 mei 2015.