ECLI:NL:HR:2015:1193

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
1 mei 2015
Zaaknummer
14/03390
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vordering wedertewerkstelling na degradatie in arbeidsrechtelijke zaak

In deze arbeidsrechtelijke zaak vordert eiser wedertewerkstelling in zijn oude functie na een degradatie door zijn werkgever VLM Airlines Personeelsbeheer Nederland B.V. Het geschil spitst zich toe op de proportionaliteit van de genomen maatregel.

De zaak doorliep de kantonrechter en het gerechtshof Den Haag, waarbij laatstgenoemde het beroep van eiser afwees. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering achterwege kan blijven omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

1 mei 2015
Eerste Kamer
nr. 14/03390
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel,
t e g e n
VLM AIRLINES PERSONEELSBEHEER NEDERLAND B.V.(voorheen handelend onder de naam VLM Nederland B.V.),
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en VLM.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1096897\CV EXPL 10/15819 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 april 2010 en 4 juni 2010;
b. het arrest in de zaak 200.073.996/02 van het gerechtshof Den Haag van 25 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
VLM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. J.T. van der Kroon en mr. V.R.M.C. Wiertz.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 maart 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VLM begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
1 mei 2015.