ECLI:NL:HR:2015:1228

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
11 mei 2015
Zaaknummer
14/02013
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

Ambtshalve heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Omdat de verdachte wel strafbaar was verklaard, maar geen straf of maatregel was opgelegd, zag de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest uitgesproken in een openbare terechtzitting op 12 mei 2015, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink aanwezig waren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en constateerde ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.

Uitspraak

12 mei 2015
Strafkamer
nr. 14/02013
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2013, nummer 23/004163-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard doch geen straf of maatregel is opgelegd, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2015.