Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
19 mei 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 februari 2014. De advocaat van de verdachte heeft schriftelijk middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 19 mei 2015 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.