ECLI:NL:HR:2015:1254

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2015
Publicatiedatum
19 mei 2015
Zaaknummer
13/00585
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering ontnemingsbedrag wegens redelijke termijnoverschrijding in cassatie

De betrokkene stelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Advocaat-Generaal adviseerde tot gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak met vermindering van het ontnemingsbedrag en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Wel werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Deze termijnoverschrijding leidde tot vermindering van de betalingsverplichting van €138.000 naar €133.000. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd op 19 mei 2015 gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het ontnemingsbedrag van €138.000 naar €133.000 wegens redelijke termijnoverschrijding en verwerpt het beroep voor het overige.

Uitspraak

19 mei 2015
Strafkamer
nr. S 13/00585 P
MD/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 december 2012, nummer 22/001446-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak wat betreft de hoogte van het opgelegde ontnemingsbedrag, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 138.000,-.

4.Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 133.000,- bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2015.