ECLI:NL:HR:2015:1289

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
14/03974
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep in cassatie inzake beroepsaansprakelijkheid accountants en verwijzing naar schadestaatprocedure

In deze zaak hebben eisers beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 april 2014, dat betrekking heeft op beroepsaansprakelijkheid van accountants. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Dordrecht en het arrest van het hof.

De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het beroep af.

Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de eisers in de kosten van het cassatiegeding, waarbij een specificatie van de verschotten en het salaris van de advocaat aan de zijde van verweerders wordt gegeven. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

22 mei 2015
Eerste Kamer
14/03974
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. WAHRING CONSULT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. EXERT MANAGEMENT CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerders]

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 94005/HA ZA 11-2432 van de rechtbank Dordrecht van 12 oktober 2011 en 20 juni 2012;
b. het arrest in de zaak 200.117.165/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 april 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 2 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
22 mei 2015.