Belanghebbende importeert digitale microscopen en deed hiervoor aangiften waarbij zij gebruikmaakte van douane-expediteurs. De Inspecteur controleerde een aangifte en aanvaardde de tariefindeling van de goederen als juist. Later stelde de Inspecteur dat een andere tariefpost van toepassing was, waardoor navordering van douanerechten en omzetbelasting volgde.
Het Hof oordeelde dat de vergissing van de Inspecteur bij de gecontroleerde aangifte niet tot navordering mocht leiden omdat belanghebbende te goeder trouw was en geen twijfel hoefde te hebben over de juistheid. Voor daaropvolgende aangiften oordeelde het Hof echter dat de vergissing niet automatisch doorwerkte, behalve in zeer specifieke gevallen.
De Hoge Raad stelt dat deze uitleg te beperkt is en dat de beoordeling van doorwerking van een vergissing moet afhangen van de omstandigheden. Ook moet worden meegewogen dat een andere aangifte door een andere aangever namens belanghebbende was gecontroleerd en aanvaard. Het Hof heeft dit niet voldoende betrokken. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Het arrest is gewezen door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Vliet en Punt.