Uitspraak
1.Geding in cassatie
4.Slotsom
5.Beslissing
2 juni 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de gedragingen van de verdachte, bestaande uit herhaaldelijk bellen, sms'en, benaderen en vernielen van eigendommen, een wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van twee betrokkenen opleverden, zoals bedoeld in art. 285b Sr.
Het Hof sprak de verdachte vrij omdat de betrokkenen niet vooraf aan de verdachte kenbaar hadden gemaakt geen contact te willen. De Hoge Raad oordeelde dat deze rechtsopvatting onjuist is en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom op basis van deze omstandigheid geen sprake zou zijn van belaging.
De Hoge Raad benadrukte dat bij de beoordeling van belaging onder art. 285b Sr onder meer gekeken moet worden naar de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen en de invloed daarvan op het persoonlijk leven van het slachtoffer.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam voor zover het de vrijspraak en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak belaging en verwijst zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.