Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 24 december 2014, nr. 13/639 AOW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene ouderdomswet.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 december 2014 inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk niet behandeld omdat de klachten onvoldoende aanleiding geven tot cassatie. Dit komt doordat de belanghebbende geen voldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken op 5 juni 2015 door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.