Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
9 juni 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de Advocaat-Generaal tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof had bewijs uitgesloten omdat geen mogelijkheid tot contra-expertise was geboden, wat leidde tot vrijspraak van de verdachte.
De Hoge Raad overweegt dat het middel terecht is voorgesteld op grond van eerdere jurisprudentie (HR 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1451). De bewijsuitsluiting wegens het ontbreken van contra-expertise is niet juist toegepast, waardoor het bestreden arrest niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. Het tweede middel behoeft geen bespreking.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en uitgesproken op 9 juni 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.