ECLI:NL:HR:2024:803

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
3 juni 2024
Zaaknummer
19/04630
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 2.B OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 359a SvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
12 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen invoer en vervoer grote hoeveelheid cocaïne wegens bewijsuitsluiting

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van invoer, voorbereiding en vervoer van een grote hoeveelheid cocaïne in 2007. Het hof had bewijsuitsluiting toegepast omdat het materiaal dat in een container was aangetroffen vroegtijdig was vernietigd, waardoor geen contra-expertise mogelijk was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vernietigen van het materiaal automatisch leidt tot onrechtmatigheid van het bewijsmateriaal en schending van het recht op een eerlijk proces.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, met name HR:2014:1451, waarin is vastgesteld dat het verlies van materiaal door verzuim niet zonder meer betekent dat het bewijs onrechtmatig is verkregen. Het hof heeft onvoldoende onderbouwd dat het vernietigen van monsters een fundamentele schending van het equality of arms-beginsel oplevert.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting. Dit arrest bouwt voort op eerdere arresten in deze samenhangende zaken en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij bewijsuitsluiting.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting terug naar het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04630
Datum4 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 april 2013, nummer 20-000225-10, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de in het arrest genoemde stukken en verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal en het in die conclusie genoemde arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1451.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4
juni 2024.