Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 26 september 2014, nr. 14/02309, ECLI:NL:HR:2014:2827.
Hoge Raad
Op 9 januari 2015 heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening van een eerder arrest van 26 september 2014 beoordeeld. Het verzoek was ingediend door belanghebbende en betrof een herzieningsprocedure op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigde omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevatte die voldoen aan de vereisten van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kon het verzoek niet leiden tot herziening van het eerder gewezen arrest.
Na overleg met de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest werd gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.