Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
9 juni 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor het witwassen van grote geldbedragen afkomstig uit enig misdrijf. Het hof had geoordeeld dat verdachte en zijn echtgenote aanzienlijke geldbedragen hadden omgezet en overgedragen, zonder aannemelijke legale verklaring, en dat verdachte wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over de herkomst van het geld.
Verdachte voerde aan dat de geldbedragen afkomstig waren uit legale inkomsten, zoals ondernemingen en een erfenis in Nigeria. Het hof verwierp deze stellingen vanwege tegenstrijdigheden, gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van legale herkomst. De Hoge Raad bevestigde dat het hof niet onjuist had geoordeeld over de bewijslast en het vermoeden van witwassen.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden doordat stukken te laat werden aangeleverd, waardoor de gevangenisstraf met twaalf maanden werd verminderd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en bepaalde dat de straf werd verminderd tot elf maanden en een week gevangenisstraf.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn, bevestigend dat verdachte wisselende en ongeloofwaardige verklaringen gaf over de herkomst van witgewassen geld.