Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 3 juli 2014, nrs. 12/01050 en 12/01051, op de hoger beroepen van
de erven van [X], gewoond hebbende te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 09/2276 en 09/2279) betreffende de aan erflater over het jaar 1995 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag in de vermogensbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.