ECLI:NL:HR:2010:BJ9092
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- P. Lourens
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid EG-recht van navorderingsaanslag bij buitenlandse tegoeden
De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld over de verenigbaarheid van een navorderingsaanslag die met toepassing van een langere navorderingstermijn is opgelegd voor buitenlandse spaartegoeden met het EG-recht. Het arrest bouwt voort op een eerdere prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin werd vastgesteld dat het toepassen van een langere navorderingstermijn voor buitenlandse tegoeden niet in strijd is met de artikelen 49 en 56 EG, ook als het bankgeheim in de andere lidstaat van toepassing is.
De Hoge Raad benadrukte dat deze langere termijn aanvaardbaar is zolang de belastingautoriteiten geen aanwijzingen hadden om eerder onderzoek in te stellen en zolang de navorderingstermijn niet verder wordt overschreden dan noodzakelijk voor het verkrijgen van inlichtingen en het voorbereiden van de aanslag. Het evenredigheidsbeginsel voorkomt dat de inspecteur na het verstrijken van de vijfjaarstermijn voor binnenlandse tegoeden nog langer navorderingstermijn toepast voor buitenlandse tegoeden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de tijd die gemoeid is met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing niet wordt meegerekend bij de beoordeling van de redelijke termijn van berechting volgens artikel 6 EVRM Pro. Gezien de complexiteit van de zaak is er geen overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met langere termijn is bevestigd.