Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
16 juni 2015.
Hoge Raad
Op 16 juni 2015 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2014. Het beroep werd namens verdachte ingediend door mr. M.J. van Weerden, advocaat te Almere.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in aanwezigheid van waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.