Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende een aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over het jaar 2011.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan en heeft belanghebbende geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om dit te verklaren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Het arrest is uitgesproken door raadsheren Schaap (voorzitter), Fierstra en Groeneveld op 19 juni 2015.