ECLI:NL:HR:2015:1680

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2015
Publicatiedatum
18 juni 2015
Zaaknummer
15/01042
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken was ingediend. Deze termijn eindigde op 24 februari 2015, terwijl het beroepschrift pas op 3 maart 2015 bij de Hoge Raad was ontvangen.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de termijn. De door belanghebbende aangevoerde redenen in de brief van 2 april 2015 boden echter geen grond om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad achtte geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld op 19 juni 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

19 juni 2015
Nr. 15/01042
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 13 januari 2015, nr. HAA 14/3526, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 28 oktober 2014.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 13 januari 2015.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 3 maart 2015 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 24 februari 2015. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 5 maart 2015 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 2 april 2015 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.