Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
23 juni 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a RO en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 23 juni 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.