Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Buitenpost, gemeente Achtkarspelen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
26 juni 2015.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiseres cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin werd geoordeeld over de weigering van een woningbouwvereniging om een woning te verhuren vanwege wanprestaties in het verleden.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en het arrest van het hof. De woningstichting is in cassatie verstek gebleven. De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiseres geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat zij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de woningstichting nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.