ECLI:NL:HR:2015:1741

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
14/02901
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:198 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep in cassatie over sloop gezonken kotter en zaakwaarneming

In deze zaak stond de sloop van een gedeeltelijk gezonken kotter centraal, waarbij de juridische vraag speelde of sprake was van zaakwaarneming conform artikel 6:198 BW Pro. De procedure begon bij de kantonrechter te Lelystad, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het geschil behandelde.

Eiser stelde dat Lelystad Haven B.V. onrechtmatig had gehandeld door de sloop zonder zijn toestemming, waarna hij in cassatie ging tegen het arrest van het hof. Lelystad Haven B.V. was niet verschenen in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van Lelystad Haven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

26 juni 2015
Eerste Kamer
nr. 14/02901
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
LELYSTAD HAVEN B.V.,
gevestigd te Lelystad,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Lelystad Haven.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 597551 CV 12-3365 van de kantonrechter te Lelystad van 30 mei 2012 en 19 september 2012, hersteld bij vonnis van 31 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak 200.119.113/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 januari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Lelystad Haven is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 28 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Lelystad Haven begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 juni 2015.