Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een opgeëiste persoon, een rabbijn, tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een uitleveringsverzoek van de Republiek Israël. De rechtbank had het verzoek toegewezen, waarna de opgeëiste persoon in cassatie ging.
Namens de opgeëiste persoon heeft mr. L. de Leon middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering geen nadere motivering nodig is.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verwerpt het beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 30 juni 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen het uitleveringsbesluit.