Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
Verdachte, geboren in 1984, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2014 in een strafzaak. Namens verdachte diende mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering geen nadere motivering nodig was, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 juni 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.