Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De uitspraak van het hof
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
11 oktober 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof Den Haag uit 2014, waarin de aanvrager is veroordeeld tot 21 jaar gevangenisstraf voor meervoudige gekwalificeerde doodslag en poging daartoe, gepleegd door op inzittenden van een auto te schieten.
De aanvraag was gebaseerd op een nieuw rapport van een deskundige die stelde dat de positie van de aanvrager ten tijde van het schietincident anders was dan door het hof aangenomen, wat mogelijk zou leiden tot een noodweersituatie en daarmee tot ontslag van rechtsvervolging.
De Hoge Raad oordeelt dat het rapport geen nieuw deskundigeninzicht oplevert omdat het uitsluitend gebaseerd is op reeds bekende stukken uit het strafdossier en geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat. Bovendien ontbrak de benodigde informatie om de nieuwheid en inhoud van het deskundigeninzicht te beoordelen.
Het hof had terecht geoordeeld dat de noodweersituatie was geëindigd op het moment dat de auto wegreed en dat de aanvrager bewust op de inzittenden schoot om de cocaïne terug te krijgen. De aanvraag tot herziening wordt daarom kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot 21 jaar gevangenisstraf.