Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het middel
4.Slotsom
5.Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
Op 16 oktober 2011 veroorzaakte de verdachte een ernstig verkeersongeval op de Rijksweg A4 te Den Hoorn, waarbij een passagier zwaar letsel opliep. De verdachte reed met een minimale snelheid van 147 km/u waar 100 km/u was toegestaan en was meer dan zeven keer de toegestane hoeveelheid alcoholhoudende drank onder invloed. Tevens had hij geen ervaring met het type auto dat hij bestuurde.
Het Hof Den Haag verklaarde de verdachte schuldig aan roekeloosheid in de zin van art. 6 jo Pro. art. 175 WVW Pro 1994 en legde een straf op. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad onderzocht of het bewijs toereikend was om roekeloosheid vast te stellen.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de omstandigheden voldoende kunnen zijn om aan te nemen dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend handelde, deze niet zonder meer toereikend zijn voor het oordeel dat sprake is van roekeloosheid, de zwaarste schuldvorm. De bewijsvoering van het Hof schiet tekort in het motiveren van dit oordeel.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het oordeel over roekeloosheid en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het Hof Den Haag voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van roekeloosheid en strafoplegging.