Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen
hij op 08 februari 2008 te Azewijn, gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto (merk: Volvo), daarmede heeft gereden over de weg de Terborgseweg en de N335, alwaar een maximale wettelijke snelheid van 80 kilometer per uur gold, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij, verdachte, roekeloos,
Het snelheidsverschil tussen het inhalende voertuig en het ingehaald wordende voertuig was volgens mij niet erg groot. De voertuigen bleven erg lang naast elkaar rijden toen ze mij naderden. Toen ik ze voor het eerst zag, waren ze tussen de 100 en 150 meter bij mij vandaan."
3.Beoordeling van het tweede middel
16 december 2010 heeft de advocaat-generaal ter griffie van het gerechtshof Arnhem het hoger beroep ingetrokken ten aanzien van feit 3, het feit waarvoor verdachte door de rechtbank was veroordeeld tot een geldboete. Verdachte is vervolgens gedagvaard om op 23 december 2010 ter terechtzitting van dit hof te verschijnen. De dagvaarding is blijkens de akte van uitreiking op 8 oktober 2010 aan [betrokkene], de partner van verdachte, uitgereikt. Een afschrift van deze dagvaarding is op 5 oktober 2010 aan de raadsman verstrekt. Ter zitting zijn zowel verdachte als zijn raadsman niet verschenen. Op vordering van de advocaat-generaal is toen verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en heeft de advocaat-generaal een vordering wijziging tenlastelegging gevorderd. De vordering is toegewezen waarop het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst teneinde de gewijzigde tenlastelegging aan verdachte te betekenen, met afschrift daarvan aan de raadsman. In de tussentijd heeft verdachte een brief van het arrondissementsparket Zutphen, gedateerd 8 maart 2011, ontvangen waarin staat vermeld dat het hoger beroep van de officier van justitie in deze zaak op 16 december 2010 was ingetrokken. Op 27 juni 2011 is de oproeping alsmede de gewijzigde tenlastelegging in persoon aan verdachte betekend en heeft verdachte afstand gedaan van de wettelijke termijn van dagvaarding.
4.Beoordeling van het derde middel
Voor de schuldvorm "roekeloosheid" geldt op zichzelf hetzelfde, zij het dat daarbij moet worden betrokken dat deze roekeloosheid in de wetsgeschiedenis als "de zwaarste vorm van het culpose delict" wordt aangemerkt die tot onder meer een verdubbeling van het maximum van de op te leggen vrijheidsstraf heeft geleid. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, dus de zwaarste vorm van schuld, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter in voorkomende gevallen daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven. Dat geldt ook in de gevallen waarin de roekeloosheid in de kern bestaat uit de in art. 175, derde lid, WVW 1994 omschreven gedragingen, nu die gedragingen grond vormen voor een verdere verhoging van het ingevolge het tweede lid van dat artikel voor roekeloosheid geldende strafmaximum. (Vgl. HR 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU2016, NJ 2012/488)
5.Slotsom
6.Beslissing
15 oktober 2013.