ECLI:NL:HR:2015:1829

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
14/01906
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling stuiting verjaring en gerechtigdheid tot vordering na cessies in wanprestatiezaak

In deze civiele procedure stond centraal of de verjaring van een vordering uit wanprestatie was gestuit ten behoeve van de schuldeiser, mede gelet op de complexiteit van verschillende cessies over en weer. De zaak betrof een langdurige procedure met meerdere vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage en een arrest van het gerechtshof Den Haag, welke door de Hoge Raad werd bevestigd.

De eiser in cassatie had beroep ingesteld tegen het arrest van het hof, waarin het hof de verjaring niet had erkend als gestuit. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eiser verworpen, waarbij werd overwogen dat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde de eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest bevestigt de rechtspraak omtrent de stuiting van verjaring en de gevolgen van cessies voor de gerechtigdheid tot vordering in wanprestatiezaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de verjaring niet is gestuit ten behoeve van de schuldeiser.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
nr. 14/01906
Hoge Raad der Nederlanden
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
KPN B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en KPN.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 327268/HA ZA 08-4271 van de rechtbank 's-Gravenhage van 25 februari 2009, 19 augustus 2009, 21 april 2010, 90 juni 2010, 15 september 2010, 26 januari 2011 en 20 juli 2011;
b. het arrest in de zaak 200.103.944/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 oktober 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
KPN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 juni 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.