ECLI:NL:HR:2015:1849

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
15/01417
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot schuldsaneringsregeling op grond van hardheidsclausule

De zaak betreft een verzoekster die in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2015, waarin het hof het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) had afgewezen. De rechtbank Noord-Holland had eerder op 22 januari 2015 uitspraak gedaan in de eerste aanleg. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken voor het gedingverloop.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het beroep af. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de raadsheren, onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt definitief afgewezen.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
nr. 15/01417
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/14/158777/FT EA 14/1125 van de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2015;
b. het arrest in de zaak 200.166.093/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.