Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 18 november 2014, nr. 13/01150, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in het recht van successie.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2014, waarin een aanslag in het recht van successie was bevestigd.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk niet behandeld omdat zij van oordeel is dat belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het beroep of dat de aangevoerde middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is op 10 juli 2015 gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.