ECLI:NL:HR:2015:1864

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
14/04649
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg boetebeding en verwerpt cassatie Max Bögl tegen Ballast Nedam

De zaak betreft een geschil tussen Max Bögl Bauunternehmung GmbH & Co. KG en Ballast Nedam Infra B.V. over de uitleg van een boetebeding en de vraag of naast de boete ook schadevergoeding kan worden gevorderd. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, dat op 10 juni 2014 arrest wees. Max Bögl stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop Max Bögl heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van Max Bögl en veroordeelt hem in de kosten van het cassatiegeding, inclusief wettelijke rente over de kosten vanaf veertien dagen na de datum van het arrest. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 10 juli 2015.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Max Bögl en bevestigt de uitleg van het boetebeding.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
14/04649
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MAX BÖGL BAUUNTERNEHMUNG GMBH & CO. KG,
gevestigd te Sengenthal, Duitsland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
BALLAST NEDAM INFRA B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. A. Knigge en
mr. D.A. van der Kooij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Max Bögl en Ballast Nedam.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/460092/ HA ZA 10-1717 van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010, 7 december 2011 en 19 juni 2013;
b. het arrest in de zaak 200.133.666/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Max Bögl beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ballast Nedam heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Max Bögl mede door mr. G.M.C. Neuteboom-Klink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Max Bögl heeft bij brief van 19 juni 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Max Bögl in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ballast Nedam begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.